Bee in de Tijd 10.11.2016: We zijn pioniers, en daar ben ik trots op

Posted: Nov 10 2016

Binnenkort in het Waalse Assesse: drie windmolens, samen goed voor de productie van zowat 4.500 megawattuur elektriciteit op jaarbasis. Het Amerikaanse bedrijf PolyOne hoopt er zijn stroomfactuur drastisch meer te beperken, de Belgische energiespeler Bee streeft naar een stille revolutie in de energiemarkt.

 

Bee ontstond zes jaar geleden, toen drie specialisten in hernieuwbare energie hun kennis en visie bundelden in een nieuw bedrijf. Hun missie was net zo ambitieus als innovatief: een duurzame en gedecentraliseerde stroomproductie, op maat van lokale behoeften. ‘De eerste jaren waren behoorlijk lastig’, blikt Chief Development Officer Christophe Surleraux terug, ‘maar nu beginnen de zaken behoorlijk te lopen.

 

We kunnen een aantal referenties voorleggen. En bovendien is deze sector in enkele jaren tijd ook ingrijpend veranderd: hernieuwbare energie heeft niets exotisch meer, iedereen wil op die trein springen.

 

Goedkoper alternatief

Ruim vijf jaar geleden al toonde de Amerikaanse kunststoffenmultinational Poly0ne belangstelling om op het terrein van hun vestiging in Assesse, in de buurt van Ciney, windmolens te installeren. ‘Een aantal bedrijven had in het verleden al interesse getoond om in een vlakbij gelegen landbouwzone enkele windmolens te plaatsen’, vertelt Surleraux. ‘Die projecten waren stukgelopen op een hele rist beperkingen en milieuvoorschriften.

 

Wij hebben daarom voorgesteld om bij PolyOne drie kleinere windmolens te installeren, die elk zowat 1.500 megawattuur kunnen produceren, wat neerkomt op het elektriciteitsverbruik van ongeveer 400 Belgische families. We financieren dit project volledig zelf, een investering van zowat 4 miljoen euro. In ruil daarvoor betaalt PolyOne ons een aantal jaar een vaste prijs voor de energie die wij hen leveren. PolyOne heeft een jaarlijkse energiefactuur van zowat 800.000 euro. Je begrijpt waarom zij op zoek waren naar een goedkoper alternatief. En dat konden wij hen bieden.

 

Netwerk van sites

Met zijn revolutionaire businessmodel mikt Bee nadrukkelijk op bedrijven die zelf de nodige plaats hebben voor de productie van duurzame energie. De lokaal opgewekte elektriciteit gaat rechtstreeks naar het bedrijf. Het eventuele overschot, aangevuld met overschotten van andere sites, wordt teruggeplaatst op het net en levert ook nog eens extra inkomsten op voor Bee. Dit model moet resulteren in een netwerk van vele kleine productiesites die elk instaan voor duurzame en zuivere energieproductie. Je kan dit vergelijken met de samenstelling van een bijenkorf. De bedrijfsnaam is dus niet zomaar uit de lucht komen vallen (lacht).

 

‘We sluiten met onze klanten partnerships af voor vijftien of twintig jaar. Noch die klanten, noch wijzelf kunnen het ons dus veroorloven om over één nacht ijs te gaan’, legt Surleraux uit. ‘We ontwerpen echt projecten op maat, in functie van het verbruik van onze klant. In die niche zijn de grote spelers totaal afwezig. Ze hebben de flexibiliteit niet die nodig is in de sector van de hernieuwbare energie voor de industrie. Ik kan zelf al lang niet meer bijhouden hoe vaak het wetgevend kader, bijvoorbeeld voor de plaatsing van windmolens, de voorbije zes jaar veranderd is.

 

Dat geldt ook voor de bredere visie van de overheid op de invulling van die windenergie: tot voor enkele jaren was haar credo een beperkt aantal heel grootschalige windmolenparken. Vandaag helt ze almaar meer over naar onze visie: in een klein, zeer dichtbebouwd land als het onze moet je net uitgaan van heel veel kleine parken.

 

 

Complexe regelgeving

Die innovatieve benadering en aanpak van Bee was niet bepaald risicoloos: welk bedrijf zou bereid zijn om een cruciale factor als energievoorziening in handen te geven van een onbekende nieuwkomer die nog helemaal niets bewezen had? Met daarbovenop een soms wispelturige technologie, een energiemarkt die volop in beweging is én een overheid die het wetgevend kader om de haverklap wijzigde. Niet eenvoudig om een bank te overtuigen om met geld over de brug te komen. Maar dat bleek uiteindelijk nog behoorlijk mee te vallen. ‘Ik schat dat we drie maanden bezig zijn geweest met de uitwerking van dit project’, licht Jean­Luc Pierson van BNP Paribas Fortis toe.

 

 ‘Dat is, in vergelijking met de administratieve procedure die je hiervoor moet doorlopen, helemaal niet zo lang. Het voordeel was dat we al lang met dit bedrijf samenwerken en dus ook al snel op dezelfde golflengte zaten. Bovendien is onze bank al langer vertrouwd met de bouw van grote windmolenparken zowat overal in België. Bee ontpopt zich tot een innovatieve speler met kleinschalige projecten op maat, wat maakt dat het risico volledig bij één welbepaalde klant komt te liggen. Soms gaat het zelfs over de rendabiliteit van één windmolen. Het project in Assesse is het derde project waarvoor we samenwerken. Ik herinner me dat we voor het allereerste project heel wat tijd samen hebben doorgebracht om het potentieel en de risico’s zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen.

 

Dagelijkse innovatie

 ‘Bee is ook nog een heel jong bedrijf’, gaat Pierson voort, ‘en we weten heel goed dat dit soort jonge innovatieve bedrijven de eerste jaren veel cash nodig hebben. Zodra Bee een behoorlijk eigen netwerk van windmolens en biocentrales heeft uitgebouwd, kan het ook altijd meer zelf geproduceerde energie verkopen. Maar zoiets kost uiteraard flink wat tijd en investeringen.’ Ten slotte was er ook het technische aspect: in de sector van de windenergie duiken er haast dagelijks nieuwe, innovatieve materialen en technieken op.

 

 ‘Gelukkig kon ik daarvoor ook terugvallen op ons team Sustainable Energy Services: hun specialisten en ingenieursspreken dezelfde taal als onze klanten. Hierdoor winnen we aan tijd en efficiëntie, verduidelijkt Pierson.

‘Alle begrip dat een bank voor dit soort investeringen heel voorzichtig tewerk gaat’, reageert Christophe Surleraux. ‘Ook wij hebben daar alle belang bij: zij lenen ons geld, maar wij investeren het vervolgens wel in één welbepaald project en willen ons dus liefst niet al te zwaar vergissen. Hernieuwbare energie via windmolens heeft de voorbije jaren wel stevig aan populariteit gewonnen, maar het aantal daadwerkelijk gerealiseerde projecten bleef al bij al behoorlijk bescheiden.

 

Dat heeft veel te maken met de uiterst complexe regelgeving, die heel wat projecten de das omdoet. Ik bespaar je de volledige lijst met voorschriften en regels die gevolgd moeten worden voor de bouw van een windmolen, maar het zijn er vele tientallen.’

 

‘Op termijn zullen we toch naar een almaar duurzamere en meer gedecentraliseerde energieproductie evolueren, zeker met de kerncentrales die echt in hun laatste levensfase zitten’, voorspelt Surleraux. ‘Die trend is bescheiden gestart: individuele consumenten die met zonnepanelen deels voor hun eigen energiebehoeften zorgen. Kleine windmolenparken en enkele grotere biomassacentrales zullen dat plaatje vervolledigen, waarbij we dan uiteindelijk tot een ‘smartgrid’ (n.v.d.r. een slim elektriciteitsnet) komen. Eigenlijk zijn we dus pioniers. En daar ben ik best wel trots op.’

Link de Tijd

Comments

Leave a comment

All blog comments are checked prior to publishing

Hou me op de hoogte